Verbiest bij de PBC.

 De ruimte op de Amsteldijk werd eerst alleen als kantoor gebruikt en er werden ook overvallen gepland. Het is moeilijk om een precieze datum te geven aan de anekdote van Voordewind, maar waarschijnlijk was het ergens tussen maart 1943 en oktober 1943, Verbiest werd geïntroduceerd.

Hoewel de groep niet graag geweld gebruikte, liepen ze vanaf deze periode gewapend rond. Annemarie zei dat als ze met Badrian op straat liep, hij altijd zijn hand op een pistool in zijn zak had. Op de Amsteldijk kregen ze ´s avonds een keer instructies over hoe de wapens schoongemaakt moesten worden. In elk geval waren Badrian, Van der Tweel en Boverhuis aanwezig. Frits Boverhuis hield zijn arm gestrekt omhoog met een pistool in de hand en deze ging per ongeluk af. De kogel verdween in het plafond en misschien wel verder. Iedereen vertrok zo snel mogelijk, bang dat er politie of Duitsers op het geluid af zou komen. Ze konden ongezien wegkomen. Vervelend was het wel. In de ruimte lagen allemaal spullen die ze graag terug wilden hebben en eigenlijk wilden ze gebruik blijven maken van deze ruimte. Zover ze wisten waren de bovenburen Duitsers en mogelijk werd de S.D. getipt door het schietincident. Verder waren ze ook ongerust dat de kogel helemaal door het plafond zou zijn gegaan en mogelijk was een van de bovenburen geraakt. Misschien lag die wel dood of zwaargewond in de woning. Ze bedachten een verhaal. De woning zou niet goed verduisterd geweest zijn. Een Duitser zou hierover geklaagd hebben en met een pistool geschoten hebben. Badrian ging de volgende dag naar commissaris Voordewind om het voor te leggen en de mogelijkheden te bespreken. De vragen waren: Is een van de bovenburen geraakt? Waren de bewoners boven gealarmeerd? Was de plek nog veilig?[1] Voordewind stuurde er een betrouwbare agent op af. Verbiest ging en kwam na een uurtje al terug om te vertellen dat hij zijn onderzoek gedaan had en de plek nog veilig was. Hij had bij de bovenburen aangebeld met de mededeling dat er klachten waren geweest over de verplichte verduistering. Er zou ’s avonds licht uit de woning hebben geschenen. De bovenbuurvrouw ontkende dat er licht uit haar woning kon komen aangezien alles prima in orde was. Verbiest vroeg of hij binnen mocht komen. De bewoonster liet zien hoe zij de gordijnen sloot en dat er dan geen licht meer naar buiten kon schijnen. Verbiest inspecteerde dit en kwam ook tot de conclusie dat het licht niet uit haar woning kon zijn gekomen. Mogelijk was er spaken van een vergissing en was de verduistering in een andere woning uit het pand niet goed geweest? Was het licht misschien van een verdieping lager gekomen? De vrouw ontkende dit met klem. Zij legde uit dat de etage onder haar een kantoor was en dat er ´s avonds nooit iemand was. Het was onmogelijk dat daar het licht vandaan was gekomen. Ze ging even naar de keuken omdat er iets op het vuur stond. Verbiest deed alsof hij iets had laten vallen om zo de vloer te inspecteren.  Hij wilde kijken of de kogel er niet doorheen gekomen was. Hij kon niets vinden. De kogel zou in de plaat onder de haard zijn blijven steken. De vrouw bleef zeggen dat het pand onder haar ´s avonds leeg was, want ze hoorde er dan nooit wat. Hierop werd het pand op de Amsteldijk veilig verklaard en werd Verbiest ook een lid van de groep.[2]

 

politieagent Cor Verbiest en dappere Mia Hergesell. Medestrijders van Gerhard Badrian van de persoonsbwijzencentrale