Badrian duikt onder bij Van Lohuizen.

Marius Meijboom: “Na de eerste Jodenrazzia´s in Amsterdam en de aankondiging van de Arbeitseinsatz vertrok Badrian naar Apeldoorn, waar hij logeerde bij een zekere Hartland, die werkte bij Van Gelders Papierfabrieken.

Volgens Frans Meijer heeft hij zo’n acht maanden bij Hartland gezeten. Hij heeft hem daar een paar keer bezocht.Meijboom: Maar Hartland was toen, meen ik, al betrokken bij illegale drukkersactiviteiten zodat Badrian daar weer weg moest. Toen heb ik hem ondergebracht bij oude vrienden van mij in Epe, Ger en Sini van Lohuizen.”  Van Lohuizen: “Hij kon zijn draai bij ons niet vinden. Het was een fijne, fijngevoelige kerel. Hij las veel, maar hij zat duidelijk met een probleem. Na een week zei hij tegen ons dat het onderduiken niets voor hem was. Hij vond dat anderen te veel risico moesten lopen omdat hij zo onrustig was. Als hij zelf dan risico moest nemen, dan maar liever in het verzet, vond hij. “Als ik eraan ga zal ik er eentje meenemen,” zei hij. Dat heeft hij uiteindelijk gedaan… `

Ger van Lohuizen hadden aan  de Beekstraat 22-24 de familiewinkel, die zijn 200 jarig bestaan in de oorlog had.  Ger was de zoon van het echtpaar Van Lohuizen- Wielink die vanaf augustus 1942 samenwerkten met anderen, hun groep noemden ze ‘het Driemanschap`.

“De strategie die het Driemanschap in Epe volgde was opmerkelijk te noemen. Vanaf de zomer van 1942 begonnen Derk Hendriks, T. Jonkers en E.J. van Lohuizen-Van Wielink met het huren van vakantiehuizen in de buurt van Epe. In totaal huurde de groep tussen September 1942 en Maart 1943 zeven huizen waar steeds meer onderduikers werden ondergebracht.”

In 2005 heeft deze kleindochter de dagboeken van haar oma en andere belangrijke papieren aan het NIOD gedoneerd.[6] In het dagboek zijn nauwelijks namen genoemd. Gerhard Badrian komt er wel in voor maar onder een van zijn namen die hij voor zijn verzetsactiviteiten gebruikte, n.l. Bernard. Ook Van Zuilekom  komt in het dagboek voor onder de naam Van Zanten.

Tussen de papieren zat een briefje met 12 vragen, gesteld door 2 jonge dames die meer over de oorlog en het verzet wilden weten. Ger van Lohuizen stuurde een vriendelijke brief terug.

- We hadden zo weinig mogelijk contact met andere verzetsgroepen. Buiten de Driemanschap hadden wij een belangrijk contact n.l. Gerhard Badrian een gevluchte Duitse Jood, die in het grote verzet zat de Persoonsbewijzencentrale, die zorgde voor valse persoonsbewijzen. Verder deed deze groep overvallen op distributiekantoren, soms op gevangenissen om gevangenen te bevrijden. Zij lieten bonkaarten e.d. drukken. Enz. Enz.

- Van hem kregen wij valse persoonsbewijzen, bonkaarten enz. Maar wij kregen ook bonkaarten uit andere bronnen, o.a. de L.O. en anderen.

 

 

Op 8 juli 1944 schreef ze nog over “Bernard” die 30 juni doodgeschoten was. Ze wist nog niet precies wat, maar het was slecht nieuws.

 

 

Verzet in Epe, Willem Veldkamp, Drukkerij Hooiberg Epe, 1995.