Overval op de Landsdrukkerij

Frits Boverhuis kende de Landsdrukkerij en had het idee om een overval te plegen en de al voorbereide persoonsbewijzen mee te nemen. Hij was een bekende bij enkele mensen in de drukkerij, waardoor hij zelf niet mee kon doen.

Ze bespraken het plan uitgebreid, maakten plattegronden en dachten alles door. Er was één lift naar beneden waar de kluis was, en ze moesten ervoor zorgen dat er geen alarm afging, anders konden ze niet meer ontsnappen. De drukkerij lag midden in Den Haag, langs een drukke weg. Maar met genoeg mensen om de omgeving in de gaten te houden, dachten ze dat het zou lukken. De overval was gepland voor de middag van zaterdag 29 april 1944, net voor sluitingstijd.

Den Hartogh, Verbiest en Meijer kwamen met een Duitse Opel vol met 18 revolvers. Negen anderen arriveerden met de trein en hun taak was om de buurt rondom het gebouw in de gaten te houden. Gerhard Badrian liep naar een telefooncel om te zeggen dat hij kwam voor een inspectie, terwijl Frans Meijer klaarstond met de revolvers in zijn tas. Op dat moment was er echter een luchtaanval van de geallieerden op Den Haag. Hij besloot maar een broodje te gaan eten en gooide zijn tas achter de deur van de broodjeszaak. Toen het luchtalarm voorbij was, gingen ze in actie.

Gerhard Badrian, gekleed in een nazi-uniform, en Gerrit van der Veen en Henri van Gogh in gewone kleren, gingen naar het kantoor van de directeur. De directeur was al thuis, dus moesten ze hem eerst ophalen. Badrian beschuldigde hem van wanpraktijken en vroeg om toegang tot de kluis om de persoonsbewijzen te controleren. De directeur, samen met Van der Veen, Badrian, Van Gogh en Meijer, namen de lift naar beneden naar de kluis. Daar lagen enorme rollen met persoonsbewijzen, zo’n 10.000 blanco exemplaren. Ze bonden de directeur vast en stopten een prop in zijn mond. Terwijl ze de spullen inpakten, deden ze alsof ze stoere overvallers waren, maar dat waren ze niet. De directeur smeekte hen om hem niet tot maandag te laten liggen, omdat zijn vrouw hoogzwanger was. Hij beloofde dat hij zijn mond zou houden en de ontbrekende persoonsbewijzen zou aanvullen als ze hem lieten gaan. Ze duwden hem in hun auto. Den Hartogh reed, Verbiest zat naast hem en Van der Tweel zat achterin met de directeur en de rollen. Ze spraken af dat ze hem later zouden laten gaan, maar dat hij dan geen alarm mocht slaan. Bij Leiden zetten ze hem uit de auto. Ze reden verder naar Hoofddorp over een smalle weg vol met mensen. Allemaal Duitsers, SS’ers en W.A.-leden. Den Hartogh bedacht dat ze door de groep moesten rijden en dat de anderen dan hun pistolen moesten leegschieten. Maar dichterbij zagen ze dat het geen hinderlaag was, maar een feest. Hoofddorp vierde de benoeming van een nieuwe burgemeester. Tijdens de oorlog werden anti-Duitse burgemeesters vervangen door leden van de NSB. Loyaal zijn aan de nazi’s was hun enige functie-eis. Frans Meijer schreef: “Het ging om een feestje, Hoofddorp kreeg een nieuwe burgemeester, kersvers, met diploma lezen en schrijven.” Ze reden vrolijk langs de feestende SS’ers.

Ze kwamen langs drie controles. Bij de eerste kon Verbiest zijn politiebadge laten zien. Bij de tweede controle wisten ze op tijd af te buigen. Bij de derde controle bleken de agenten bekenden van Verbiest, dus dat was geen probleem. Ze bereikten de Amsteldijk veilig en ook de mensen die met de trein waren gekomen, kwamen al aan. Frans Meijer: “Toen brak echt de feeststemming los. De stukken vlogen eraf, brooddronken en gelukkig als kinderen.”

Na een geslaagde overval nam Gerhard Badrian altijd een bos bloemen voor Annemarie mee, maar na deze overval kreeg ze er tien.

 

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.