Zegeltjes halen

E

In 1943 verscherpten de nazi's hun greep op de illegaliteit met de invoering van de Tweede Distributiestamkaart. Dit was een administratieve valstrik: iedereen moest zich persoonlijk melden bij de gemeente met hun persoonsbewijs en oproepkaart. Alleen wie een officieel controlezegel op zijn persoonsbewijs kreeg, kon nog voedselbonnen verkrijgen. Voor duizenden onderduikers en verzetsmensen met valse papieren was dit een groot probleem.

Er was slechts één uitweg: de nieuwe zegels moesten onmiddellijk vervalst worden. Meesterdrukker Frans Duwaer stond klaar, maar hij had een origineel nodig om na te maken. Gerhard Badrian en Henri van Gogh besloten om dit voorbeeld niet te stelen via een inbraak, maar met pure bluf op te halen bij een burgemeester in de kop van Noord-Holland.

Terwijl Badrian het gemeentehuis binnenstapte, hield Van Gogh buiten de wacht bij de vluchtauto. De spanning steeg toen een politieagent de wacht bij het stadhuis kwam versterken. De agent ondervroeg Van Gogh, op zoek naar zijn loyaliteit. Met een onwrikbaar gezicht speelde Van Gogh het spel mee; hij pochte dat zijn werk voor de Duitsers hem alles bracht wat zijn hart begeerde. De agent vroeg: "Kun je voor mij dan ook geen tabaksbon regelen?" Van Gogh beloofde de bonnen op te sturen, precies op het moment dat Badrian naar buiten kwam wandelen.

Binnen had Badrian niet alleen een voorbeeld bemachtigd, maar terwijl de burgemeester even niet keek, had hij met een bliksemsnelle beweging ook een heel vel met honderd originele zegels achterovergedrukt.

Terug op de Amsteldijk gaf Van Gogh de opdracht aan vervalser Verbiest: stuur die agent zijn tabakskaarten. Er werden drie kaarten verzonden, vol met valse bonnen die zo perfect waren dat ze niet van echt te onderscheiden waren. De valse persoonsbewijzen waren dankzij de buitgemaakte zegels vaak eerder voorzien van een zegel dan de echte documenten.

 

 

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.