Persoonsbewijzen

De P.B.C. en de Persoonsbewijzen Centrale: Hoe zat het Nederlandse persoonsbewijs in elkaar en hoe werd het vervalst? Om te begrijpen welke veranderingen of vervalsingen aan het persoonsbewijs moesten worden aangebracht, is het noodzakelijk om te kijken naar de oorsprong van dit document. Rijksambtenaar Jacob Lentz ontwikkelde al vóór de Tweede Wereldoorlog de persoonskaart. In plaats van een groot gemeentelijk register waarin alle bewoners per adres werden ingeschreven, kreeg elke burger zijn eigen kaart. Hierop hield de gemeente per persoon bij waar iemand naartoe verhuisde, inclusief geboortedatum, geboorteplaats, religie, burgerlijke staat en andere bijzonderheden. Lentz werd geprezen om dit systeem, dat rond 1938 werd ingevoerd.

Lentz had destijds ook plannen voor een waterdichte identificatiekaart. De vooroorlogse Nederlandse regering wees echter de legitimatieplicht af; zij beschouwde het als een behandeling van burgers als potentiële criminelen.

In 1939 introduceerde Duitsland zijn eigen identificatiekaart: de Kennkarte. Toen de Duitsers Nederland in 1940 bezetten, wilden zij een vergelijkbaar systeem invoeren. Lentz zag zijn kans en toonde trots het persoonsbewijs dat hij eerder had ontworpen. De Duitsers waren onder de indruk, omdat de kaart vrijwel onmogelijk te vervalsen was. Lentz kreeg de opdracht om het document te produceren, en in augustus 1940 was het ontwerp gereed. In Den Haag werd een centraal archief ingericht om van elk uitgegeven persoonsbewijs een kopie op te slaan.

Het persoonsbewijs was uitgerust met geavanceerde echtheidskenmerken. Het papier bevatte een watermerk met drie Nederlandse leeuwen en was bedrukt met de microscopisch kleine achtergrondtekst 'bevolking van Nederland'. Dit maakte het bijna onmogelijk om tekst te verwijderen zonder het papier te beschadigen. De pasfoto werd met watervaste lijm vastgezet, waardoor deze niet kon worden losgeweekt of gestoomd. Bovendien werd de foto behandeld met een speciale vloeistof die verwijdering bemoeilijkte. Normaal gesproken kan inkt worden verwijderd met aceton, maar het papier reageerde hierop door onuitwisbaar te vlekken.

Bovendien liep de gemeentelijke stempel deels over de foto en deels over het document door. Het persoonsbewijs bevatte een dubbele vingerafdruk (van de houder en op de controlekaart) en vermeldde gegevens zoals het kerkgenootschap, het serienummer, de volledige naam, geboortedatum en -plaats, woonadres, burgerlijke staat, nationaliteit en de datum en gemeente van afgifte. Tot slot werd er een speciale inkt gebruikt: onder een kwarts- of UV-lamp werd bepaalde inkt onzichtbaar, terwijl deze onder gewoon licht wel zichtbaar was, of andersom.