De dood van Badrian. Rubensstraat 26.

eresaluut Gerhard Badrian en Frits Boverhuis

Badrian en zijn groep had een nieuwe locatie nodig voor de PBC. Betje Wery wilde haar huis  ter beschikking stellen. Zij wilde weg naar Antwerpen. Badrian ging met Frits Boverhuis Annemarie Deij naar het huis van Wery kijken. Frans Meijer ging toch maar niet mee, want ze pasten niet met zijn alle in de auto. 

Op 29 April was de geslaagde overval op de Landsdrukkerij geweest, maar vroeg in de ochtend van 1 Mei mislukte de overval op de Weteringschans. Gerrit van der Veen werd gewond ondergebracht.  Annemarie: ´Kort daarop werd Van der Veen gearresteerd. Dat betekende, dat alle adressen kapot waren. Gerd (Gerhard Badrian) en ik woonden op dat moment in de Vijzelstraat bij Den Hartog. We zouden eigenlijk een poos naar de Veluwe gaan. Badrian had vreselijke last van zijn rug en zijn linkerarm. Dokter Groen had hem dringend aangeraden een paar weken weg te gaan. Maar dat kon nu niet.” Na de arrestatie van Van der Veen had de PBC een week platgelegen. De PBC was zijn leider kwijt en moest gereorganiseerd worden. Van der Veen had alle touwtjes in handen gehad en kende bijna alle adressen. Het mocht niet meer zo zijn dat 1 iemand de leiding had. De leiding werd verdeeld. “De raad van vier” ontstond: Gerhard Badrian, Frits Boverhuis, Frans Meijer en Henri van Gogh.

Badrian en Annemarie Dey zaten ondertussen bij Charly Hartog op de Vijzelstraat. Hij had regelmatig een vriendinnetje over de vloer, Betje Wery. Betje Wery was Joods. Zij had 3 Joodse grootouders, haar vader was half Joods. Door wat met de afstammingspapieren te rommelen, had zij ervoor kunnen zorgen dat zij nog maar 2 Joodse grootouders had en als half Joodse was zij nog vrijgesteld van transport.  Betje Wery kwam regelmatig bij Charly langs . Ondertussen ontmoette zij daar Gerhard Badrian en Annemarie Dey. Even dacht zij dat Gerhard Badrian mogelijk voor de Duitsers werkte, want het was wel raar dat hij in een auto reed. Het rijden van een auto was alleen nog maar mogelijk voor mensen met erg veel geld en die voor de Duitsers werkte. De gewone bevolking had niet eens meer banden om de wielen van de fiets. Ook wist ze dat hij een pistool had in het handschoenenkastje in de auto. Maar het werd haar duidelijk dat Gerhard Badrian voor het verzet werkte. Zij vroeg hem valse persoonsbewijzen voor haar en haar ouders. Zij wilde weg uit Amsterdam terug naar Antwerpen, waar zij met haar man een periode gewoond had. Haar woning in Amsterdam had ze dan niet meer nodig. Betje Wery liet doorschemeren dat hun verblijfplaats op de Vijzelstraat mogelijk ook niet meer veilig was. De PBC zat natuurlijk te springen om nieuwe kantoren. Er werd een deal gesloten. Gerhard Badrian zou voor nieuwe persoonsbewijzen voor Betje Wery zorgen zodat ze weg kon en ze zouden kijken of haar woning geschikt was als locatie voor het verzet. Zij zouden dan de huur van honderd gulden betalen. Haar woning was in de buurt van de Euterpestraat, bij het hoofdkantoor van de SS. Niemand verwachtte daar een kantoor van het verzet. Met zijn vijven liepen ze richting de auto om naar de woning te gaan. Gerhard Badrian, Annemarie, Frits Boverhuis, Frans Meijer en Betje Wery. De auto van Badrian was een kleine Opel waar 3 man in paste. Ze waren met hun vijven. Frans Meijer besloot niet mee te gaan. Hij ging zich even laten scheren bij een kapper in de Spiegelstraat. Als zij de locatie goed vonden, dan ging hij akkoord. Ze spraken een plek af waar ze elkaar weer zouden ontmoeten om samen naar de vergadering te gaan, later op de dag.

Zo vertrokken ze naar de Rubenstraat. In minder dan een kwartiertje hadden ze de woning gezien en wilden ze weer vertrekken. Toen bleek dat ze in de val waren gelopen. Op de overloop stonden SD-ers klaar. Gerhard Badrian ging met een paar geweldige sprongen de trap af. Hans Broekmuller schoot op Gerhard Badrian. Hierdoor werd de SD-er Joseph Heinen buiten gealarmeerd. Er ontstond een vuurgevecht waarbij Heinen gewond raakte en later in het ziekenhuis zou overlijden. Gerhard Badrian stierf op straat. ."Als ik eraan ga zal ik er eentje meenemen". Gerhard Badrian had woord gehouden.

 

Annemarie overleefde kamp Ravensbrück. Boverhuis werd 2 weken na zijn arrestatie gefusilleerd.