Deij, de partner van Badrian

Annemarie Deij was een Rooms Katholiek, geboren in Duitsland. Ze kreeg een relatie met de Joodse Nederlander Simon Appelboom en vertrok naar Nederland. Ze werd verkoopster in de Bijenkorf van Rotterdam. Hier had ze ook Joodse collega’s. Ze hoorde hoe de Joden behandeld werden in Duitsland. Vooral in 1941 zag ze dat het spannend werd. Joodse mensen kregen moeilijkheden en zij probeerde te helpen waar ze kon.

Op bezoek bij die vriendin ontmoette ze Badrian. Hij was middelgroot, had blauwe ogen en zag er bijzonder goed verzorgd uit. Hij had mooie handen, maar ze viel vooral op zijn persoonlijkheid. Ze hadden een aangename middag en hij bracht haar naar het station. Hij zei haar gedag en `toen was het gebeurd`. Thuisgekomen vertelde ze haar man enthousiast over Badrian. Haar man merkte op dat het wel leek of ze verliefd was. Ze realiseerde zich dat het waar was. Ze verdeelden de meubels en vertrok naar Amsterdam waar ze, een woning op de Amsteldijk betrok.[i] Dit vertelde ze Bob Uschi, die haar op dit moment wat raar aangekeken moet hebben. “Ja, zo gladjes ging die scheiding natuurlijk niet.” Gerhard Badrian dacht dat hij te doen had met een vrouw die verlaten was en probeerde haar te troosten. “Ik hoefde alleen niet getroost te worden, ik was verliefd.” Na een paar maanden gaf ze dat toe. Vanaf Augustus 1942 hadden zij een liefdesverhouding, zoals ze verklaarde. De tijd op de Amsteldijk was voor Annemarie een zeer gelukkige tijd, zeker in de weekenden, wanneer Frans Meijer naar zijn familie was. Ze spraken beide de Duitse taal. Aan een half woord hadden ze genoeg. Ze luisterden naar muziek. Ze bespraken de Duitse literatuur en lazen gedichten. De locatie van de op de Amsteldijk was ideaal. Het zat boven een Duits bedrijf, dat als dekmantel werkte.

Gerhard Badrian voelde zich geen held, was niet trots. Hij vond het geweldig om de Duitsers een hak te zetten maar hij had ook een grote portie angst. Ter voorbereiding van een actie trok hij zich wat terug. Met een sigaretje zat hij op een stoel, stil voor zich uit te kijken. Hij was dankbaar als het lukte. Als iets lukte nam hij bloemen voor haar mee. Na de geslaagde overval op de Landsdrukkerij had hij zelf 10 bossen bloemen voor haar. Hij vertelde niet over de mensen die bij acties aanwezig waren geweest. Hij kwam terug, ging zitten en daarna was hij op. Vanaf halverwege 1943 gebruikte Badrian een SD uniform en had hij de beschikking over een Weermacht auto. Het uniform heeft Annemarie nooit gezien, die nam hij niet mee terug naar huis na een actie. Waarschijnlijk liet hij die bij Gerrit van der Veen achter. De auto met Duits kenteken, stond ook nooit voor de deur geparkeerd maar altijd om de hoek.

Gerhard Badrian bleef zich in Nederland een vluchteling voelen, dankbaar dat hij opgenomen was en vriendschap ontving en ook kon geven, dankbaar dat hij onderdak had, een maaltijd en een bed.

De relatie was hartstochtelijk en daarna kan je nooit meer pessimistisch worden, omdat je wist dat zo´n relatie kon bestaan. “De relatie was zo perfect dat het niet kon duren.” Haar relatie met Badrian gaf haar leven inhoud. De oorlog had ze niet willen missen. Hierdoor wist ze hoe slecht de mens kon zijn. De oorlog en het werk met Gerhard Badrian had haar leven inhoud gegeven.[v]

 

[i] Officieel stond ze hier ingeschreven per 09-07-1943 maar naar haar zeggen begon de relatie in 1942.

[iii] Simon Appelboom zat volgens zijn persoonskaart vanaf 31-12-1942 in Westerbork Op 14-07-1943 ontslagen uit Westerbork volgens Joodse Raadkaart. Reden niet vermeld. Die dag werden 35 mensen ontslagen.

[iv] Joodse Raadkaart.