Sophia Meyer-Philips werd op 4 april 1944 met 10 anderen ontslagen. Op haar kaart van de Joodse Raad staat dat zij pas 2 dagen daarvoor in Westerbork aangekomen was.
Sophia Meyer-Philips was de moeder van Selma Meyer.[i] Niet zomaar een vrouw. Een vrouw die een succesvol bedrijf had opgezet, de Holland Typing Office en bovenal een vrouw die zich inzette voor de rechten van de vrouw en vrede. In 1923 werd ze lid van de Internationale Vrouwenbond Voor Vrede en Vrijheid (de IVVV) en schopte het tot secretaris van de sectie Nederland. De Internationale naam was Womens International Leage for Peace and Freedom (WILPF) en ze namen regelmatig stelling tegen het nationaalsocialisme.
In 1933 raakte Selma betrokken bij het Neutraal Vrouwencomité van Vluchtelingen. Datzelfde jaar werd de Duitse vredesactivist Carl Ossietzky in een concentratiekamp opgesloten. In verschillende landen werden Ossietzky-Comités opgericht, waarvan Selma ook lid werd.[ii] In 1935 vonden er op grote schaal arrestaties plaats in het Duitse Wuppertal.[iii] Vanuit verschillende landen kwamen initiatieven om de kosten voor juridische bijstand en morele steun aan de gearresteerden en hun families te dekken. Selma werd voorzitter van het centrale Wuppertal-Comité,[iv] waardoor ze direct in contact kwam met communisten uit Duitsland die illegaal in Nederland verbleven. De nazi's in Duitsland moesten op de hoogte zijn van haar activiteiten. Haar Holland Typing Office werd ook het zenuwcentrum van de Commissie "Hulp aan Spanje", die steun verleende aan het republikeinse Spanje. Na het einde van de Spaanse Burgeroorlog werd de commissie opgeheven en ontstond de Commissie tot Steun aan Oorlogsslachtoffers van het Fascisme. Selma had regelmatig contact met Hans Ebeling, een felle antinazi die Duitsland direct na de machtsovername door Hitler ontvluchtte. Samen richtten zij het Comité tot Hulp aan Jeugdige Duitse Vluchtelingen op.[v] Selma Meyer had een zwakke gezondheid en vertrok begin mei 1940 naar Zeeland voor een korte vakantie. Na de Duitse inval vluchtte ze naar Frankrijk, zich bewust van het gevaar waarin ze verkeerde. In 1939 was haar naam op de Sonderfahndungsliste West geplaatst, een lijst van de Sicherheitsdienst met mensen die onmiddellijk na de inval opgepakt moesten worden vanwege hun activiteiten tegen het Derde Rijk. Op uitdrukkelijk verzoek van haar moeder en het personeel keerde ze in oktober terug naar Amsterdam, waar ze op de 26ste werd gearresteerd. Eerst werd ze naar Den Haag gebracht en in november naar het Kommando Hauck in Berlijn. Criminele Spezialkiller drongen, onder de ogen van de gevangenisbewaarders, haar cel binnen en brachten haar slagen in het onderlijf toe. Op 16 januari werd ze naar het ziekenhuis overgebracht, waar ze op 10 februari overleed.[vi]
Haar moeder was Sophia Meyer-Philips, die na drie dagen in Westerbork te hebben doorgebracht, werd vrijgelaten. Dit gebeurde samen met tien anderen, die blijkbaar ook snel de benodigde papieren konden overleggen om aan te tonen dat ze gemengd gehuwd waren. Sophia Meyer-Philips was echter niet echt gemengd gehuwd; haar man was in 1906 overleden en was joods. In het boek van Bart de Cort staat: Volgens de familieoverlevering kan een kennis uit Den Haag later in de oorlog met succes de joodse afstamming van Max Meyer met de gegevens van een niet-joodse, eveneens uit Keulen afkomstige naamgenoot met hetzelfde geboortejaar 'weerleggen'.
[i] Ze heette officieel Sara Caro Meyer.
[ii] De moeder van Badrian’s trouwe mede-verzetswerker Henri van Gogh, was ook lid van dit comité.
[iii] Zo’n 1200 personen.
[iv] Wolfgang Kotek, geboren in Wuppertal werd door dit comité, na de kristalnacht naar Nederland gehaald. De vader van Kotek kreeg zijn valse persoonsbewijs van Badrian.
[v] In 1938
[vi] Alle informatie over Selma komt uit: van vrouw, vrede en verzet Selma Meyer (1890-1941) en haar Holland Typing Office. Bart de Cort via Lulu (Raleigh NC, USA) 2e druk