Wim Melkman: mijn moeder of mijn vrouw

Gepubliceerd op 6 oktober 2021 om 00:43

 

Mijn vader:  Hij heeft slechts één keer over de oorlog gesproken. Verder niet. Ik was inmiddels bijna veertig jaar oud. Mijn vader heette Wim, voluit Willem Melkman. Hij was opgeleid als kleermaker en woonde bij zijn moeder, Sientje Melkman-Blog, in de Jodenhoek van Amsterdam. Oma Sientje ontving steun van de Joodse gemeenschap, een gulden per week. Wim verloor zijn baan omdat Joden niet langer in dienst mochten zijn van niet-Joden.[i] Werkloze Joden moesten zich melden voor een werkkamp.

De werkkampen waren al voor de oorlog opgericht als werkverruiming. Niet-Joden werden naar huis gestuurd om plaats te maken voor de werkloos gemaakte Joden. In januari 1941 kwam Wim in werkkamp Diever-2 terecht. Vaak moest hij een uur naar het werk lopen, en het werk zelf was zwaar. Zo moesten er aardappels gerooid worden. Gedurende de winter was de grond bevroren, waardoor er nauwelijks gewerkt kon worden. In het werkkamp kreeg Wim een onderduikadres van een opzichter uit de bossen rond Appelscha.

Mijn oma: Begin juli 1942 werden de werkkampen leeggehaald. Wim werd naar Durchganglager Westerbork gebracht. Zijn moeder Sientje werd door de Joodsche Raad op de lijst gezet om zich te melden bij de Hollandsche Schouwburg, de deportatieplek in Amsterdam die diende als voorportaal voor Westerbork. Sientje moest ook naar Westerbork. Dit kamp was opgezet om vluchtelingen uit Duitsland op te vangen. Op 1 juli 1942 kwam Westerbork onder Duits bestuur, met hun eigen administratie die niet bewaard is gebleven. Met het Duitse bestuur en de start van de deportaties vestigde zich ook een afdeling van de Joodse Raad in Westerbork. Via deze raad konden pakketten, bagage en de benodigde papieren worden verstuurd. Mogelijk kon iemand een Sperr krijgen, terug naar zijn woonplaats, of een vrijstelling om voorlopig niet naar het Oosten doorgestuurd te worden. Ze registreerden ook de mensen die binnenkwamen. Er was geen vast instructieboek voor de registratie, die zich in de loop van de tijd ontwikkelde. Om te achterhalen wat er precies met mijn familie is gebeurd, ben ik afhankelijk van deze cartotheek, en dat is een pijnlijke aangelegenheid. Op de kaart van Wim staat niet wanneer hij in Westerbork is aangekomen, maar op de kaart van zijn moeder staat: ‘met Willem.’

Met de toenemende instroom van mensen moesten er extra barakken worden gebouwd, en het vluchtelingendorp werd omgevormd tot een gevangeniskamp, compleet met omheiningen. Wim moest onder andere in het buitengebied van Westerbork bomen planten. Ook hier kreeg hij weer contact met een boswachter in de bossen van Appelscha, die een veilige onderduikplek kon bieden.

Mijn moeder: Wim was verloofd met Eva Lena Polak, die nog bij haar ouders in de Roerstraat in de Rivierenbuurt van Amsterdam woonde. Hun trouwdag was gepland op 15 augustus 1942. Wim had het ondertrouw-document bij zich en vroeg aan Kampcommandant Deppner toestemming om naar Amsterdam te reizen voor de bruiloft. Deze toestemming kreeg hij op 13 augustus: "Zwechs Heirat in Amsterdam." Hij mocht van 14 tot en met 15 augustus Westerbork verlaten om te trouwen. Ze trouwden vroeg in de ochtend bij het loket Bevolkingszaken.

Op zondag 16 augustus arriveerde hij op het station Hooghalen, het treinstation van Westerbork.

In het dorp bezocht hij een Duits-joods gezin dat hem vertelde dat hij op de volgende deportatielijst naar het oosten stond. Het transport naar het concentratiekamp Auschwitz zou op maandag 17 augustus plaatsvinden.[iii]

Mijn vaders keuze: Nu stond Wim voor een moeilijke keuze: ging hij naar zijn moeder Sientje in Westerbork, naar zijn jonge vrouw Eva in Amsterdam, of naar het adres van de boswachter in de bossen van Appelscha? Een groot dilemma.

Als gastdocent vertel ik al enkele jaren het verhaal van mijn ouders aan groepen 7 en 8. Ik vraag de kinderen of mijn vader voor zijn moeder of voor zijn jonge vrouw moest kiezen. Dit leidt vaak tot uitgebreide discussies. “Voor zijn moeder, want die zat hulpeloos in een kamp,” hoor ik vaak. Maar Wim huurde een fiets en ging naar het huis van boswachter Gerrit Assies in de bossen van Appelscha. De fiets liet hij ergens achter. Wim deed alles om Eva over te halen ook te komen. Uiteindelijk heeft hij haar uit Amsterdam opgehaald. Op 28 augustus begint hun gezamenlijke onderduik.[iv] Er was al een onderduiker die zijn haar rood verfde. Boswachter Gerrit Assies had in juli 1942 zijn eerste onderduiker, Abraham Gans, ontvangen.[v] Er kwamen meer onderduikers in de boswachterswoning. Uiteindelijk verbleven er zo’n twintig mensen in holen en houten schaftketen. Het

 

 

[i] Maatregel van 19-december 1940

[ii] Toestemmingsbriefje van kampcommandant Deppner. Dit toestemmingsbriefje is recent opgedoken uit het Nationaal Archief.

[iii] Lijst van Joden transporten - Wikipedia

[iv] Volgens zijn verklaring die bij de erkenning van het Verzetsherdenkingskruis zit.

[v] www.joodsmonument.nl

[vi] https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/159169/Onderduiken-in-de-bossen-twee-families-door-de-oorlog-onlosmakelijk-verbonden

[vii] https://www.hdc.vu.nl/nl/Images/Predikanten_die_joden_hielpen_IV_tcm215-460512.pdf

[viii] Transport 11 september 1942; meteen na aankomst in Auschwitz vermoord in een gaskamer op 14 september.