Corper, een voorbeeld

Eric Schaap schreef een stuk over Joseph Corper en zijn afscheidsbrief. Omdat hierin precies beschreven staat wat er wanneer gebeurde, geeft dit inzicht in de kaarten uit de cartotheek van de Joodse Raad.

Joseph Corper zijn moeder, Sara Corper-de Jong, wachtte op 2 oktober 1942 op Joseph zijn vader, Simon Corper die uit werkkamp Westhaven thuis zou komen. Hij kwam niet thuis, het kamp was leeggehaald en de werkers waren naar Westerbork gestuurd. De volgende ochtend, 3 oktober, ging Joseph Corper naar de Joodse Raad op de Lijnbaansgracht en naar de Nieuwe Keizersgracht. Hij hoopte een sperr te organiseren voor zijn vader die bakker was. Hiervoor ging hij naar de broodcommissie, die niet aanwezig was. Het lijkt er inderdaad op dat sperren met 90.000 nummers voor werkers in de voedselvoorziening gegeven werden.

Zijn moeder pakte  haar spullen en ook die van haar man. Voor haar man moest bagage nagestuurd worden via de Joodse Raad op de Oude Schans. 

Moeder pakte haar spullen, want verwachtte ook opgehaald te worden, dat inderdaad gebeurde. Haar dochter Hansje (Hanna) bleef thuis. Joseph hoorde dat de mensen die gehaald waren, waaronder zijn moeder dus, bij de Zentralstelle für Jüdische Auswandering op het Adama van Scheltemaplein verbleven. Het zal inmiddels 4 oktober geweest zijn toen Joseph zijn zus, die gesperrt was, meenam naar de Expositur (JR kantoor) op de Jan van Eijckstraat.  Zus Hanna was gesperrt onder nummer 61755, omdat ze voor de weermacht werkte. Süskind, van de JR zou zijn best doen voor de moeder. Süskind nam het nummer van zijn zus op, omdat die zonder moeder onverzorgd achterbleef, en nam ook het sperr nummer van Joseph en zijn vrouw op. Hij had sperr nummer 62045 en zijn vrouw 62044. Dit is ook terug te lezen op de JR kaart van vader en moeder samen. Niet inwonend, maar eten er wel. Huisgenoten mochten thuisblijven. Voor de gesperrden moest er tenslotte boodschappen worden gedaan en gekookt worden.

Eigenlijk had het gewerkt, en in de avond of nacht mocht moeder het Scheltemaplein verlaten. Alleen op dat moment, rond twaalven ’s nachts, werd er weer een groep mensen gebracht en het lukte moeder niet om naar buiten te komen. Met de gearresteerden werd ze naar Westerbork gebracht en ging meteen door op transport. Joseph had nog een request ingediend om moeder uit Westerbork te krijgen. Op haar kaart staat rechtsonder een doorgestreept request-nummer. Hij deed dit bij de Lijnbaansgracht.

Een week later kreeg Joseph bericht dat zijn vader gesperrt was omdat hij bakker was. Op de kaart van de Joodse Raad staat: 15-10-1942 in Sperrkartotheek. “Zo kon ik hem melden dat ik had uitgevist dat hij op 22 oktober een ‘sperr-stempel’ op zijn persoonsbewijs zou krijgen”; schreef Joseph. Hij schreef ook naar de JR in Westerbork dat het persoonsbewijs naar Amsterdam moest, omdat op het Ad.v. Scheltemaplein de stempels in de PB”s gezet werden. De datum 22 oktober staat op de JR gestempeld. Opr van oproep?  "Hier in beh"; staat er te lezen.

Joseph ging naar de Zentralstelle om zelf te zien dat beide ouders gesperrt werden ten behoeve van de broodvoorziening. Ze stonden op de lijst van PB’s die op die dag gestempeld zouden worden. Zijn moeder was alleen al doorgestuurd en het persoonsbewijs van vader was niet op tijd in Amsterdam, dus ging het stempelen niet door.

Wel had zijn vader een baantje bij de reinigingsdienst in Westerbork. Eind november kreeg Joseph het bericht dat zijn vader “gereclameerd” was. Door zijn werk in Westerbork, gold hij als “Aangesteld door de Duitse commandant”, en dan werd hij niet doorgestuurd. Op zijn JR kaart staat bij 30 oktober een Z van Zurückstellung. Wat de cijfers erachter betekenen, is mij een raadsel.

Hanna Corper had een sperr voor Wehrmacht, dit had ze in haar persoonsbewijs, maar dit stond niet op haar kaart. Joseph had nog geprobeerd op die gronden zijn vader uit Westerbork te krijgen. Familieleden uit hetzelfde huishouden, mochten meeliften op de Sperr van een huisgenoot. 18-11-1942 O. PB, staat er op de kaart. Betekend dit ontvangen PB? En werd het PB van dochter op 23-11-1942 weer teruggestuurd, zoals er op de kaart staat geschreven?

Joseph was er in januari 1943 van op de hoogte dat zijn vader op 12 december doorgezonden was. Er staat 12 december 1942 gestempeld op de kaart. 18-12 niet aanw. 

Joseph was als journalist ontslagen en probeerde daarna te werken als reiziger die artikelen verkocht. Op de kaart van Joseph staat dat hij gesperrt was wegens zijn werk voor de Wehrmacht en bij zijn vrouw staat wegens echtgenoot. Ik denk dat het andersom was. Zijn vrouw werkte, net als zijn zus in de confectie-industrie voor de Wehrmacht en kreeg sperr- nummer 62044 en hij kreeg als partner ook een sperr, nummer 62045. Deze nummer zijn in de bovenste regel terug te vinden op de kaarten. 

Joseph en Jans doken onder. Jans hield dit niet vol, daarom gingen ze terug naar hun huis. Ze kwamen in Vught terecht. Op 15 november 1943 gingen ze op transport, om niet meer terug te keren. 

 

  • Bij de Zentralstelle was een sperr -cartotheek. Mensen moesten zich daar melden om de sperr in hun PB te laten stempelen. Voor de bezetters handig. Als een sperr verviel konden ze gelijk oproepen. 
  • Kaarten met een gedrukt request-nummer werden in de Expositur aangemaakt.